Inzetgereedschap wisselen

Plaats het inzetgereedschap tot aan de aanslag in de gereedschapopname (3). Het inzetgereedschap wordt met behulp van een magneet in de gereedschapopname vastgehouden.

Trek het inzetgereedschap uit de gereedschapopname (3).

Verwijder het inzetgereedschap.

Steek het opzetstuk in de gereedschapopname (3). Het opzetstuk klikt hoorbaar vast.

Controleer of het opzetstuk goed vastzit door eraan te trekken.

Voor de modus klopboren zijn het excentrische opzetstuk (16) en het haakse opzetstuk (17) niet toegestaan.

Plaats het inzetgereedschap tot aan de aanslag in het opzetstuk. Het inzetgereedschap wordt met behulp van de magneet in het opzetstuk vastgehouden.

Met de magneetkap (15) worden schroeven gestabiliseerd.

Steek de magneetkap (15) op de gereedschapopname (3). De magneetkap klikt hoorbaar vast.

Plaats vervolgens het schroefbit (18) in de gereedschapopname (3) en trek de magneetkap naar voren over het schroefbit.

Zet een schroef op het schroefbit.

Open het boorhouderopzetstuk (14) door in draairichting ➊ te draaien tot het inzetgereedschap kan worden geplaatst. Plaats het inzetgereedschap.

Draai de huls van het boorhouderopzetstuk (14) in draairichting ➋ met de hand stevig dicht. De boorhouder wordt daardoor automatisch vergrendeld.

Trek de ontgrendelingsring (1) van het elektrische gereedschap weg en vervolgens het opzetstuk van de gereedschapopname (3) af.

Draai het opzetstuk in de gewenste positie en steek het er vervolgens weer op.

Controleer of het opzetstuk goed vastzit door eraan te trekken.

Verwijder het inzetgereedschap.

Trek de ontgrendelingsring (1) van het elektrische gereedschap weg en trek het opzetstuk van de gereedschapopname (3) af.

Verwijder het inzetgereedschap.

Steek het haakse opzetstuk (17) op de gereedschapopname (3).

Controleer of het haakse opzetstuk (17) goed vastzit door eraan te trekken.

Steek het boorhouderopzetstuk (14) op het haakse opzetstuk (17).

Controleer of het boorhouderopzetstuk (14) goed vastzit door eraan te trekken.